cider

een licht mousserende appelwijn
 

Na de oogst worden de appelen handmatig gecontroleerd en gewassen. Vervolgens worden ze vermalen tot pulp, die een etmaal mag rusten zodat de smaken van de appel goed vrij komen. Daarna persen we het sap uit de pulp, dit doen we met een hydro-pers, die werkt op de druk van de waterleiding.

Via een platenfilter pompen we het sap naar een rvs vat om het sap te pasteuriseren op ruim 80° Celsius. Hiermee voorkomen we wilde gisting. Op de appel zitten altijd wilde gisten, als je die hun werk laat doen krijg je steeds een andere cider qua smaak.

Ná het pasteuriseren voegen we een controleerbare gist toe, zodat we steeds -min of meer- dezelfde smaak kunnen garanderen. Het vergisten van de suiker in de appelsap kan nu beginnen: omzetting naar alcohol en koolzuurgas. De alcohol blijft lekker in de cider, het koolzuurgas laten we ontsnappen via een waterslot, zodat er geen zuurstof bij de cider kan komen.

Als (bijna) alle suiker is omgezet laten we de cider een paar maanden rusten: de meeste troebele deeltjes zakken dan naar de bodem en we houden een min of meer heldere cider over. (natuurlijk proeven we wel af en toe).

Hierna kan het vullen van de flessen gebeuren, dit doen we handmatig, net zoals het afdoppen en bestikkeren.

FB_IMG_1614971030114.jpg
FB_IMG_1614970963869.jpg
FB_IMG_1614970974755.jpg